De volgende definities zijn er voor het woord zwegen
- meervoud verleden tijd van zwijgen Wij zwegen. Jullie zwegen. Zij zwegen. ▸ Afgezien van mijn aanwijzingen af en toe zwegen we.[1] ▸ Ze zwegen weer, maar de stilte was nu veel minder gespannen.[2] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.