De volgende definities zijn er voor het woord zongen
- meervoud verleden tijd van zingen Wij zongen. Jullie zongen. Zij zongen. ▸ De vogels doken de kloof in, de krekels zongen in het droge gras en de mieren waren al druk bezig voedsel te zoeken.[1] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.