De volgende definities zijn er voor het woord zichzelf
- derde persoon enkelvoud en meervoud, versterkte vorm van zich Hij bekeek zichzelf in de spiegel. ▸ In de garage stonden honderden resupplydozen met voedsel die hikers aan zichzelf hadden gestuurd.[2] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.