De volgende definities zijn er voor het woord wegkwam
- (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van wegkomen ... dat ik wegkwam. ... dat jij wegkwam. ... dat hij, zij, het wegkwam. ▸ Hij bezwoer dat hij alleen maar verliefd was geraakt en dat dat helemaal losstond van de lengte van zijn verlof, maar dat er nieuwe verlofdagen kwamen, dat hij elke dag naar haar zou verlangen en zo verder. Toen hij eindelijk wegkwam, was hij even opgelucht als altijd.[1] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.