Navigatie tonen
Inloggen
Registreren
weekendde
De volgende definities zijn er voor het woord weekendde
enkelvoud verleden tijd van weekenden Ik weekendde. Jij weekendde. Hij, zij, het weekendde. (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.
Andere definities:
wassen
heildronken
ontdooi
kostenpeil
pedicuur