voorgoed

De volgende definities zijn er voor het woord voorgoed

  • op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig In 1453 kwam er voorgoed een einde aan het Byzantijnse Rijk.  Even wordt het spannend. Gids Rogier Meeus heeft honderduit gewaarschuwd tegen de de gevaren van de Hoge Venen, waar mensen ooit voorgoed verdwenen. Na een uitleg over het absorberend vermogen van veenmos stapt de gids –tussen de 65 en de 70– mis. Snel zakt hij weg in hetzelfde drabbige goedje. Reddende handen trekken hem eruit. „Dank u wel. Ik ben ook geen 20 meer, hè?” [1]  (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.