uitbaatster

De volgende definities zijn er voor het woord uitbaatster

  • (economie) (horeca) vrouw die een horeca-onderneming runt ▸ In de hoek van de kroeg staan twee grote koperen ketels en van de uitbaatster hoor ik dat ze hun eigen bier brouwen.[1] ▸ Na een tijdje had de uitbaatster van het café dit door en ze zat de kwajongens achterna met een emmer water.[2] ▸ Dat mensen in deze regio bang zijn voor de toekomst, merkt ook Ilse Malfroot. Zij is uitbaatster van frituur 'De Dikke Boulet' (Vlaams voor gehaktbal), en stelde zich namens Vlaams Belang verkiesbaar. "Als je rondkijkt op straat, zie je de vervreemding. Je ziet de anderstaligheid", zegt zij. "De mensen krijgen schrik."[3] ▸ Omwonenden houden zich op de vlakte. "Ze zijn op 1 september gewoon weer begonnen", zegt de Mongoolse uitbaatster van een restaurant naast de school vol overtuiging. Van protesten zegt ze niets gehoord te hebben. "Dat het misschien wat rustiger is, zal wel komen door de epidemie."[4] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.