thuiskomen

De volgende definities zijn er voor het woord thuiskomen

  • ergatief terugkeren in de eigen woning Hij was nog maar net thuisgekomen toen hij het nieuws hoorde.  ▸ ‘Denk erom hè… Geen haast,’ riep hij me na terwijl ik naar de grensmuur liep om mijn hand op het koude ijzer te leggen en mezelf moed in te praten: ‘veilig thuiskomen’.[2] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.