tamheid

De volgende definities zijn er voor het woord tamheid

  • het helemaal getemd zijn; het helemaal ongevaarlijk zijn „De heer Tichelaar heeft de premier welgeteld nul keer geïnterrumpeerd”, schamperde VVD-leider Rutte. En hij was er niet te bescheiden voor meteen een verklaring te leveren voor de tamheid van de PvdA-fractievoorzitter. [2]  (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.