De volgende definities zijn er voor het woord stonden
- meervoud verleden tijd van staan Wij stonden. Jullie stonden. Zij stonden. ▸ Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen.[1] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.