De volgende definities zijn er voor het woord pizza
- (voeding) gerecht van een belegde broodbodem Als je wat wilt eten, neem je maar een pizza. ▸ We bestelden pizza en dronken op het leven met een lokaal biertje.[1] ▸ Ik had al wel genoeg hamburgers en pizza’s gegeten de afgelopen tijd.[1] ▸ Het volk viert Paschen met braspartijen. De armste werkman zal liever zijn jas naar den lommerd brengen dan niet zijn Paschen te vieren met de eieren, saucijsjes, lamsvleesch en pizza (een soort van broedertjes), alles overgoten met ontelbare fiaschi wijn van de Castelli Romani.[2] ▸ Het ergste is men in de Toledostraat en de Via di Chiaja er aan toe, want boven en behalve dat daarheen alle ambulante uitventers zamenstroomen, bieden ook de koekbakkers der lazzaroni aldaar aan de hoeken der dwarsstraten hunne lekkernijen te koop, en deze zijn juist de onbarmhartigste schreeuwhalzen, die met oogen gezien zijn, daar zij slechte in olij gebakken koek, un grano il quarto di pizza (een grein een stuk taart) te koop roepen met eene stem, welke op den ganschen aardbol eenig in hare soort is.[3] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.