optimistisch

De volgende definities zijn er voor het woord optimistisch

  • van het positieve uitgaand ▸ De oplevering van het gebouw was in november of december van dit jaar gepland. Na de kerstvakantie moesten de leerlingen erin kunnen. De school houdt rekening met vertraging, maar de wethouder is optimistisch: "Er is geen reden om aan te nemen dat dat niet gaat lukken."[2] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.