De volgende definities zijn er voor het woord opkwam
- (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van opkomen ... dat ik opkwam. ... dat jij opkwam. ... dat hij, zij, het opkwam. ▸ Zo werd ik wakker als de zon opkwam en ging ik slapen als het donker werd.[1] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.