De volgende definities zijn er voor het woord ontstond
- enkelvoud verleden tijd van ontstaan Ik ontstond. Jij ontstond. Hij, zij, het ontstond. ▸ ‘Zwerftochten’ werd dat genoemd, een filosofie binnen de bergsport die ontstond in de jaren zeventig.[1] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.