Navigatie tonen
Inloggen
Registreren
officieerde
De volgende definities zijn er voor het woord officieerde
enkelvoud verleden tijd van officiëren Ik officieerde. Jij officieerde. Hij, zij, het officieerde. (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.
Andere definities:
ongesauste
gebod
rallysport
galapremières
hemeling