neersloeg

De volgende definities zijn er voor het woord neersloeg

  • (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van neerslaan ... dat ik neersloeg.  ... dat jij neersloeg.  ... dat hij, zij, het neersloeg.  ▸ Je zou je voor kunnen stellen dat de Amerikanen een zucht van verlichting slaakten toen het Sovjetleger de opstand neersloeg en de rust en het afschrikkingsevenwicht werden hersteld.[1] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.