De volgende definities zijn er voor het woord nageboorte
- (religie) (verouderd) de generatie die later ter wereld is gekomen, het nageslacht ▸ Aengaende de tedere ende wellustige [vrouwe] onder u, die niet versocht en heeft hare voetsole op de aerde te setten, om dat sy haer wellustich ende teder hielde; haer ooge sal quaet zijn tegen den man hares schoots, ende tegen haren sone, ende tegens hare dochter;57. Ende dat om hare nageboorte, die van tusschen hare voeten uytgegaen sal zijn, ende om hare sonen, die sy gebaert sal hebben; want sy salse eten in ’t verborgen, vermits gebreck van alles: inde belegeringe, ende inde benauwinge, daer mede uwe vyant u sal benauwen in uwe poorten.[5] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.