luimig

De volgende definities zijn er voor het woord luimig

  • vrolijk, schertsend, nonchalant ▸ Daarvoor was Rutte, die losjes en op momenten zelfs luimig de politici toesprak, blijkbaar al aardig in stemming. De liberaal was ondanks een normale gemiddelde temperatuur zijn stropdas vergeten. Dat doen VVD’ers niet snel. Maar voor Rutte is dat geen probleem. Hij wordt getipt als toekomstig VVD-leider en kan dan blijkbaar een potje breken. VVD-leider Zalm zei eens dat zijn partij af wil van het imago van de Schotse rok en de parelketting.[2] ▸ De merkwaardige man is aangehouden met twee nationaliteiten, drie bankpassen en een creditcard. Hij is een Nederlander en een Jemeniet; zijn paspoort is vol stempels. Hij kent de wereld, maar de wereld kent hem niet. Hij draagt een Adidas-jack waarin hij luimig zijn handen stopt.[3] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.