De volgende definities zijn er voor het woord laars
- (schoeisel) een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt Zij heeft bijna altijd laarzen aan. ▸ Ze ruimden vooral toiletpapier, sigarettenpeuken, blikjes, flessen en voedselverpakkingen op. Soms ook zelfs plastic driewielers, leren laarzen en een bierflesje met een dode muis erin.[3] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.