huisgenoot

De volgende definities zijn er voor het woord huisgenoot

  • mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd In het studentenhuis had ik 5 huisgenoten.  ▸ Mijn eerste doel was flexibeler in het leven te staan. Ik hoopte hierdoor geduldiger te worden en meer te gaan genieten van het hier en nu. Maar vooral ook om een aangenamere huisgenoot te worden.[1] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.