Navigatie tonen
Inloggen
Registreren
huisde
De volgende definities zijn er voor het woord huisde
enkelvoud verleden tijd van huizen Ik huisde. Jij huisde. Hij, zij, het huisde. (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.
Andere definities:
lumbeckte
kringel
uzelf
partneraandeelhouder
heiloos