Navigatie tonen
Inloggen
Registreren
denonceerde
De volgende definities zijn er voor het woord denonceerde
enkelvoud verleden tijd van denonceren Ik denonceerde. Jij denonceerde. Hij, zij, het denonceerde. (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.
Andere definities:
fantasie
ziekengeld
monogaam
vaderonzen
entreebewijs