belas

De volgende definities zijn er voor het woord belas

  • enkelvoud verleden tijd van belezen Ik belas.  Jij belas.  Hij, zij, het belas.  Terwijl de pater het belas, dropen de druppels zweet van Grootmoeders gezicht op het wichtje neer. [1] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.