De volgende definities zijn er voor het woord bedroeg
- enkelvoud verleden tijd van bedragen Ik bedroeg. Jij bedroeg. Hij, zij, het bedroeg. ▸ De afstand tot de groep bedroeg nog dertig meter, toen plotseling een hysterische stem in zijn hoofd schreeuwde: ‘Waar zijn de kinderen? ’[1] (bron: WikiWoordenboek)
Voeg een definitie toe.